Startpagina (Co-)ouderschap model LS Liber
|
 |
 |
|
Met de nieuwe bepalingen over het ouderschapsplan is het nu ook mogelijk om een co-ouderschap in een beschikking te laten opnemen. Eerder was een co-ouderschap een invulling van het hoofdverblijf en een omgangsregeling en ontbrak een specifieke wettelijke bepaling over het co-ouderschap. In feite is co-ouderschap een concrete toepassing van het ouderschapsplan met als bijzonder element dat kinderen in beginsel evenveel tijd doorbrengen bij beide ouders en met name de financien vragen om maatwerk. We gaan in dit hoofdstuk dieper in op de financiele afspraken die gemaakt kunnen worden bij co-ouderschap. zie ook het hoofdstuk co-ouderschap.
Van belang op de eerste plaats is dat er bij scheiding doorgaans de navolgende heffingskortingen, subsidies en aftrekposten om de hoek komen kijken die je als paar eerder niet had (en die je mogelijk weer kwijt raakt op het moment dat je opnieuw gaat samenleven):
De alleenstaande ouderkorting De aanvullende alleenstaande ouderkorting De combinatiekorting
Daarnaast speelt natuurlijk de kinderbijslag, het kindgebonden budget en de aftrek van kinderalimentatie.
Via de linken kunt U zien welke criteria gelden voor de kortingen of toeslagen. Voor de eerste twee kortingen geldt dat deze toekomen aan de ouder bij wie het kind langer dan zes maanden het hoofdverblijf heeft. Voor de kinderbijslag en de combinatiekorting maakt het niet bij wie het kind staat ingeschreven en voor kinderalimentatie geldt dat die aftrekbaar is voor het kind voor wie geen kinderbijslag wordt ontvangen.
Dit betekent dat het fiscaal voordelig is om bij meerdere kinderen de inschrijving van de kinderen te spreiden over beide ouders. Deze keuze scheelt al snel een paar duizend euro per jaar. Dit geldt te meer indien in aanmerking wordt genomen dat in veel gevallen ook kan worden geprofiteerd van het kindgebonden budget en bij de huurtoeslag de gezinssituatie ook van invloed is.
Kinderalimentatie van de ene ouder ten behoeve van een kind waarvoor geen kinderbijslag wordt ontvangen en dat niet bij hem is ingeschreven geldt als alimentatie. Bij een besteding van minimaal € 137,00 per maand kan dit bedrag tot op zekere hoogte worden afgetrokken van het te belasten inkomen terwijl die bijdrage voor de andere ouder niet belast is. Ook dat levert een voordeel op.
Scheiden is niet leuk maar de wetgever heeft wel maatregelen getroffen om de financiele gevolgen te verzchten.
Stap 1 is dus dat met in achtname van het individuele inkomen en de leeftijd van de kinderen op een dusdanige manier met het hoofdverblijf wordt geschoven dat de financiele voordelen maximaal worden ingezet. In de praktij maken we mee dat een ouder er soms moeite me heeft dat een kind bij de ander wordt ingeschreven. Dat is wat ons betreft niet nodig. Inschrijving is een voorwaarde die de belastingdienst stelt en kan voor gemeentelijke heffingen gevolgen hebben. De inschrijving staat echter los van de inerne afspraken die worden gemaakt over het hoofdverblijf. Dat is een gezagskwestie tussen beide ouders.
|
Kosten van de kinderen stap 2 |
Vervolgens moet als stap twee worden bepaald hoeveel geld er voor de de kinderen nodig is. Dit kan worden gedaan door de concrete kosten bijelkaar op te tellen zoals de dagelijkse kosten voor eten en drinken, kleding, zakgeld, sportlessen en hogere woonlasten etc. Een in de rechtspraak gebruikte manier is om aan te haken bij standaardtabellen. Aan de hand hiervan kunnen normbedragen worden vastgesteld.
In onze optiek is het uiteindelijk concreet vaststellen van de kosten de beste methode. De tabellen geven een brede range van minimum en maximumbedragen en zijn van oorsprong bedoeld om ouders een handvat te bieden bij het onderhandelen over de hoogte van de kinderalimentatie. Het zijn en blijven echter richtlijnen. Daarnaast is het werken met de normbedragen in de praktijk lastig omdat vervolgens toch nog concreet moeten worden uitgemaakt wie welke kosten betaalt en moeten de kosten alsnog concreet in kaart worden gebracht. Per saldo sta je dan als ouder te werken met enerzijds een normbedragen en anderzijds concrete bedragen.
Wel zijn de normbedragen van belang omdat zij aangeven hoevel een gemiddeld gezin bij een bepaald netto inkomen uitgeeft aan de kinderen en dit normbedrag kan dan ook gebruikt worden om te bekijken of met het uiteindelijk vastgestelde budget niet te veel wordt afgeweken van de uitgaven voor de kinderen zoals die golden tijdens het huwelijk. Voor de kinderen geldt als uitgangspunt dat ze er door een scheiding financieel niet op achteruit mogen gaan. In ons systeem gebruiken we de tabellan dan ook als ijkpunt om te kijken of er in de nieuwe situatie niet te veel wordt afgeweken van de normbedragen. Let wel dat jullie hier zelf de keuze hebben. Jullie bepalen zelf hoe en met welke welstand jullie de kinderen willen opvoeden.
Voor het benaderen van de concrete kosten is het handig om een indeling te maken in een aantal kostencategorieen waarbij de geldwijzer alimentatie & co-ouderschap van het NIBUD een goede leidraad kan bieden. Uitgangsunt bij de indeling is op de eerste plaats dat de indeling dekkend met zijn, op de tweede plaats dat de indeling praktisch moet zijn en op de derde plaats dat het budget voor de kinderen op de goede plaats terecht komt. Dat laatste is een veelgehoode klacht van ouders. Er wordt kinderalimentatie betaald zonder dat de betalende ouder het gevoel heeft dat de alimentatie ook daadwerkelijk aan het kind wordt besteed.
|
Basiskosten |
In de eerste categorie vallen alle basiskosten. Dit zijn de vaste lasten die globaal samenvallen met de extra woonlasten van de inwonende kinderen en die maandelijks vast drukken op het inkomende van de ouder. Het zijn kosten die rechtstreeks van de rekening afgaan van een ouder maar die direct of indirect samenhangen met de kinderen: De woonruimte moet groter zijn dan voor een alleenstaande, de energierekening is hoger en natuurlijk bij oudere kinderen de telefoonrekening. Handig is om bij deze categorie ook te denken aan spullen die het kind bij iedere ouder nodig heeft zoals de inrichting van de kamer, wellicht de extra fiets, extra schoolspullen, xbox etc.
Een niet complete opsomming van de basiskosten:
Woonlasten. Neem het aantal kamers en deel de kale huur of de netto hypotheekrente en premie beleggingsverzekering door het aantal leefruimte (slaapkamer, woonkamer en bijvoorbeel studeer of hobbyruimte) en vermenigvuldig dit met het aantal kinderen. De formule van het NIBUD is gedetailleerder en die van de rechtspraak veel ongenuanceerde (16% van de behoefte).
Gas en electra. Pak de rekening en deel deze door het aantal personen en op die manier kom je aan een bedrag per kind. Het NIBUD geeft als aanbeveling om bij meer dan een kind het bedrag te delen door tien en per kind 1/10 te rekenen.
Gemeentelijke heffingen. Dit kan aan de hand van de aanslag. Bij veel gemeenten wordt een tarief gerekend voor een meerpersoons huishouden. Reken de extra kosten door in het op te stellen kostenplaatje.
Internet/telefoon:Hiervoor kan aan de hand van de actuele rekening een bedrag worden afgesproken.
|
Variabele kosten |
Vervolgens komen de variabele kosten om de hoek kijken die zijn gericht op de dagelijkse verzorging van de kinderen zoals voeding, vervoer en kleine uitgaven. Het handelt hierbij om kosten die samenhangen met het kind op het moment dat het bij een ouder verblijft. Denk simpelweg aan de extra biefstuk, de extra fles Cola, het transport naar de hockey. Stel daarvoor een dagbudget vast. Een normbedrag is 7 euro inclusief allerhande vervoerskosten. Per ouder kunnen de variabele kosten aan de hand van dit bedrag worden vastgesteld aan de hand van het aantal dagen dat een kind bij een ouder verblijft. Tel een maand als dertig dagen en indien een kind 15 dagen bij een ouder blijft levert dit een bedrag aan variabele kosten op van 15*7= 95 per maand.
|
Algemene kosten |
Tot slot de categorie algemene kosten. Dit zijn kosten die niet hoeven te zijn gebonden aan een ouder: zoals schoolgeld, boekengeld, contributies, abonnementen, kleding, verzekeringen, zakgeld, huisdieren.
|
|
Met de bovenstaande kosten heeft U in kaart gebracht met welke kosten U na de scheiding wordt geconfronteerd na de scheiding. De volgende stap is het bepalen van de alimentatie. Bij de downloads hebben we een exelbestand opgenomen dat U kunt gebruiken voor het berekenen van de alimentatie.
Stap 1 hierbij is per ouder het bruto-inkomen te nemen. Daarvoor kunt U een recente loonstrook nemen of de jaaropgave. Op een loonstrook staat doorgaans een kolom met totalen opgenomen met onder meer het loon voor de loonheffing. Pak dat bedrag en deel dit door het aantal maanden waarop het totaal betrekking heeft en vermenigvuldig dit met twaalf. Op die manier heeft een goede benadering van Uw jaarinkomen(bij een vastede dertiende mand vermenigvuldigt U met 13). Gebruik bij voorkeur een loonstrook van na juni omdat daarin ook het vakantiegeld is opgenomen. Heeft U nog geen loonstrook van na juni tel dan 8% op bij het jaarbedrag.
Bij stap 2 speelt het bepalen van de woonlasten indien U een eigen huis heeft en de aftrek van de rente. Neem het forfait dat U ook opgeeft op Uw aangifte inkomstenbelasting en vul de aftrekbare rente in.
Bij stap 3 kijkt U naar de toepasselijke heffingskortingen en bent U aangekomen bij het netto-inkomen en moet U kijken naar de aftrekbare kosten of het draagkrachtloos inkomen. Dit is het inkomen dat U zelf per maand nodig heeft om te voorzien in Uw eigen levensonderhoud. Hierbij geldt dat het handelt om kosten die puur op U betrekking hebben.
Onder de streep komt dan een een beschikbaar bedrag naar boven. DIt is het verschil tussen Uw netto-inkomen min uw draagkrachtloos inkomen. De term zegt het al inkomen dat niet beschikbaar is voor draagkracht. VOor niet verdisconteerde uitgaven geldt als uitgangspunt dat van dit bedrag 60% beschikbaar is voor de kinderen. Deze berekening maakt U voor U beiden.
|
Tabellen voor uitgangsbehoefte |
 |
Kosten on line echtscheiding Stel Uw vraag Impressum Hartelijk dank Stel Uw vraag |
 |
 |
 |