In aanmerking nemende:
·
Partijen zijn op …… getrouwd en bezitten
beide de Nederlandse nationaliteit;
·
Partijen zijn van mening dat hun huwelijk duurzaam
is ontwricht en willen daarom bij de rechtbank te Maastricht middels hun
gemeenschappelijke advocaat en procureur mr I.P. Sigmond een gemeenschappelijk verzoekschrift indienen
strekkende tot de echtscheiding;
·
Partijen hebben de door hen gewenste gevolgen van
de echtscheiding neergelegd in dit convenant en willen dat de rechtbank de
bepalingen in dit convenant opneemt in de beschikking.
Verklaren het volgende te zijn overeengekomen:
1.
De echtscheiding
1.1. Partijen geven hun gemeenschappelijke
advocaat mr .P. Sigmond opdracht het
verzoek op korte termijn in te dienen bij de rechtbank te Maastricht. Partijen
achten de rechtbank bevoegd en wensen op het verzoek Nederlands recht toe te
passen.
2.
De kinderen
2.1.
Gezag
2.1.1.
Partijen zullen het ouderlijk gezag gezamenlijk blijven
uitoefenen maar de kinderen zullen primair woonachtig zijn bij de man/vrouw die
in deze zal optreden als verzorgende ouder die in eerste instantie
verantwoordelijk is voor de dagelijkse verzorging en opvoeding.
2.1.2.
Partijen verplichten zich jegens elkaar en jegens de
kinderen tot onvoorwaardelijke handhaving van het recht van de kinderen:
·
van
beide ouders te houden en dat beide ouders van hen houden.
·
niet
te hoeven kiezen tussen de ouders.
·
op
eerbiediging van alle gevoelens die ze hebben.
·
in
een veilige omgeving te zijn.
·
door
niemand in gevaar gebracht te worden of pijn gedaan te worden, niet lichamelijk
maar ook niet geestelijk.
·
niet
in de problemen van de ouders te zitten.
·
dat
grootouders, ooms, tantes, neven en nichten etc in hun leven blijven.
·
om
kind te zijn.
2.1.3.
In alle aangelegenheden met betrekking tot het kind zullen
partijen overleg met elkaar voeren. In alle belangrijke zaken zoals
bijvoorbeeld het ondergaan van medische behandelingen en schoolkeuzen zullen
partijen vooraf met elkaar overleggen en trachten een gemeenschappelijk
standpunt in te nemen. De niet verzorgende ouder geeft toestemming voor het
verkrijgen en zonodig verlengen en of vernieuwen van paspoort en identiteitspapieren
voor de kinderen.
2.1.4.
De niet verzorgende ouder heeft het recht ouderavonden te
bezoeken en te participeren in andere schoolse en buitenschoolse activiteiten
van het kind. Dit met in acht name van de rechten van de verzorgende ouder op
een eigen leven met het kind/de kinderen.
2.1.5.
De verzorgende ouder verschaft kopieën van de
schoolrapporten, diploma’s en overige voor de opvoeding en ontwikkeling relevant
te achten rapporten en verslagen. De niet verzorgende ouder stelt de
verzorgende ouder op de hoogte van afwijkende verblijfplaatsen gedurende de
omgang en de vakanties.
2.2.
Omgangsregeling
2.2.1.
De omgang met het kind zullen partijen zoveel als mogelijk
in onderling overleg blijven regelen. Partijen realiseren zich op de eerste
plaats dat de omgang een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de ouders en
de ouders jegens elkaar gehouden zijn de omgang te blijven effectueren. Het
kind krijgt een eigen maar in beginsel geen doorslaggevende stem in de omgang
vanaf de leeftijd van 12 jaar en tot dat moment staat het recht en de plicht op
omgang voorop.
2.2.2.
De niet verzorgende ouder heeft in ieder geval recht op
omgang gedurende een avond per week op de dag van tijdstip tot tijdstip alsmede een weekend in de twee
weken vanaf tijd dag tot aan . Verjaardagen van ouders op en vader- en
moederdag opa en oma evenals de navolgende dagen gaan voor op de reguliere
omgang in de weekenden.
2.2.3.
De vakanties alsmede de feestdagen zullen gelijkelijk
worden verdeeld waarbij het ene jaar de kinderen de eerste helft van de schoolvakanties
bij de man verblijven en het andere jaar de tweede helft. De ouder is
verantwoordelijk voor een goede opvang gedurende de vakantieperioden dat het
kind of de kinderen bij hem of haar verblijft of verblijven en hij of zij niet
in staat verlof te regelen. (Extra) (naschoolse) opvang komt indien
noodzakelijk voor rekening van de partij bij wie de kinderen de vakantie
doorbrengen.
2.2.4.
Om een goede planning van de omgang aan de zijde van de
beide ouders mogelijk te maken stelt de verzorgende ouder stelt binnen twee
weken na ontvangst een kopie van het schoolrooster ter beschikking aan de
andere ouder op basis waarvan de vakanties worden verdeeld, de weekenden en de
vastgestelde feestdagen. Tot twee weken
na ontvangst van het rooster kan de niet verzorgende ouder andere bijzondere
dagen aangeven gedurende welke hij of zij omgang wil.
2.2.5.
In geval van geschillen over het kind zullen partijen in
eerste instantie in onderling overleg een oplossing proberen te bereiken en
vervolgens te rade gaan bij hun gemeenschappelijke advocaat die partijen tot
elkaar zal proberen te brengen.
2.2.6.
Afspraken met betrekking tot de omgang kunnen slechts
terzijde op grond van een wijziging van de omgangsregeling door de recht en indien
een accuut belang van het kind dit verlangt.
2.2.7.
Partijen zullen bij het vaststellen van hun toekomstige
verblijfsplaats rekening houden met de omgang en het in 2.2. bepaald. Voor emigratie
van een van de ouders naar een land buiten de EU is in ieder geval toestemming van
de andere ouder vereist en binnen de eu indien de reistijd langer wordt dan
twee uur.
3.
De gemeenschap
3.1.
Partijen hebben de omvang en de waarde van de gemeenschap
voor zover bekend vastgesteld en verdeeld per heden conform de op bijgevoegde
lijst met het daarbij vastgestelde saldo. Voor het geval de echtscheiding tot
stand komen wensen zij de gemeenschap te verdelen conform de lijst zoals die
aan dit convenant is gehecht.
3.2.
Partijen hebben de gemeenschap met in acht name van het
navolgende reeds verdeeld en zij verklaren terzake hiervan dat zij niets meer
van elkaar te vorderen hebben. Iedere partij is eigenaar van de zaken die hij
op het moment van ondertekening van dit convenant onder zich heeft.
3.3.
Vorderingen opgekomen ten gunste of ten laste van een van
de partijen zijn na heden voor rekening van de partij aan wiens zijde vordering
is opgekomen. Vorderingen die voor vandaag zijn ontstaan maar die niet zijn
opgenomen op de lijst komen alsnog voor verdeling in aanmerking tegen de waarde
op het moment van de verdeling.
3.4.
Bij bovenstaande verdeling heeft de man/vrouw een
vordering terzake onderbedeling op de man/vrouw van … en na betaling en
3.5.
Partijen hebben in eigendom de navolgende woning gelegen
aan de:
3.6.
Het aandeel van de man/vrouw in de eigendom van de woning
en de daarbij behorende hypothecaire leningen zullen worden toebedeeld aan de
man/vrouw.
3.7.
De man/vrouw zal de hypotheekverstrekkers verzoeken aan
deze toebedeling mee te werken en de man/vrouw te ontslaan uit de
hoofdelijkheid jegens de hypotheekhouder.
3.8.
Partijen hebben de overwaarde van de woning vastgesteld
op €
en terzake het aandeel van de man/vrouw in de overwaarde zal de
man/vrouw aan de man/vrouw uitkeren een bedrag van € . Dit bedrag zal uiterlijk
op het moment van de overdracht worden uitbetaald.
3.9.
De overdracht dient plaats te vinden binnen een maand na
de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in het huwelijksregister.
3.10.
Door ondertekening van dit convenant machtigen partijen
elkaar over en weer om al hetgeen te doen dat nodig is om te komen tot de
overdracht van de woning. Hiertoe kan behoren het ondertekenen van akten en
stukken.
3.11.
De kosten samenhangend met de overdracht komen ten laste
van de man/vrouw, zullen door beide partijen gelijk worden gedragen.
4.
Alimentatie
4.1.
De man/vrouw zal met ingang van … aan de man/vrouw
maandelijks bij vooruitbetaling een bedrag aan alimentatie betalen van € 200,-
per maand.
4.2.
Dit bedrag zal voor de eerste maal geïndexeerd worden met
ingang van 1 januari 2003.
4.3.
Eigen inkomsten van de vrouw tot aan een bedrag van € per maand vormen geen grond voor vermindering
van de alimentatie. Inkomsten daarboven komen voor 50% in mindering op de
overeengekomen alimentatie. Bij een inkomen boven de vervalt de alimentatie.
4.4.
5.
Vrijwaring
5.1.
Partijen vrijwaren elkaar over een weer, indien de ene
partij wordt aangesproken tot voldoening van een schuld, welke ingevolge deze
overeenkomst ten laste van de ander komt.
5.2.
Partijen verklaren na uitvoering van het bovenstaande dat
zij niets meer van elkaar te vorderen hebben en verlenen elkaar over en weer
finale kwijting.
6.
Pensioen
6.1.
Partijen zullen wel/niet overgaan tot verevening van de
tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenen en partijen zullen elkaar over en
weer de informatie verschaffen die nodig is het recht op verevening te
effectueren.
7.
Slotbepaling
7.1.
Partijen doen afstand van het recht om ingevolge het
bepaalde in artikel 6: 265 ontbinding van deze overeenkomst te vorderen.
8.
Geschillen
8.1.
Terzake geschillen voortvloeiende uit en/of verband
houdende met deze overeenkomst kiezen partijen domicilie ter griffie van de
Arrondissementsrechtbank te Maastricht, welke uitsluitend bevoegd is
daaromtrent recht te doen, zulks onverminderd het recht om zich ter verkrijging
van een voorlopige voorziening of toestemming conservatoir beslag tot de
bevoegde rechter elders te wenden.
Aldus in drievoud ondertekend te
Heerlen, op «F70»
«F55»