Een kenmerk van huwelijkse voorwaarden is dat veel echtparen ze in een ver verleden hebben gemaakt, ze in de kluis hebben gelegd en niemand weet wat er nu precies in staat. Al jaren zorgen huwelijkse voorwaarden dan ook voor zeer ingewikkelde uitspraken en is het afwikkelen van huwelijkse voorwaarden voer voor specialisten. Het gaat dan ook te ver om op de site diepgaand in te gaan op de materie. Toch willen we een paar punten aanstippen. Twijfelt U of heeft U vragen over Uw huwelijkse voorwaarden. Aarzel niet en leg ze aan ons voor. Let ook op dat een vordering tot verrekening verjaart vijf jaar na het ontstaan van de vordering.
In vrijwel de meeste gevallen blijkt dat de huwelijkse voorwaarden een variant bevatten van het Amsterdams verrekenbeding. Al decennia lang is dit de meest gebruikte vorm. In de voorwaarden is dan opgenomen dat U als stel jaarlijks ieder naar evenredigheid bijdraagt aan de kosten van de huishouding en alles wat U over houdt van Uw inkomen in veel gevallen ook vermogen wordt samengevoegd en verdeeld. Gedachte hierbij was dat U als stel ieder jaar als boekhouder rond de tafel zou gaan zitten en de balans zou worden opgemaakt. Vrijwel niemand deed dat of doet dat. Liefde en rekenen gaan voor de meesten van ons niet samen.
De Hoge Raad heeft al bepaald dat ook periodieke verrekenbedingen aan het einde van de rit moeten worden uitgevoerd. Inmiddels heeft de wetgever de meeste rechtspraak vastgelegd in de wet. Maar ondanks de wettelijke bepalingen is het verrekenbeding specialistenvoer voor juristen, fiscalisten en accountants.
In de meeste huwelijkse voorwaarden zijn doorgaans twee belangrijke bepalingen opgenomen.
Op de eerste plaats de afspraak dat er sprake zal zijn van koude uitsluiting hetgeen betekent dat er geen enkele vorm van gemeenschap zal zijn en op de tweede plaats de afspraak dat bespaarde inkomsten moeten worden verrekend per jaar of aan het einde van het huwelijk. Beide bepalingen hebben geleid tot een keur aan arresten met daaraan verbonden een overvloedige hoeveel opinies over de vraag hoe die arresten zouden moeten worden uitgelegd.
Koude uitsluiting
Het is mogelijk dat U een algehele uitsluiting van de gemeenschap heeft afgesproken me of zonder verrekenbeding. Deze koude uitsluiting kan aan het einde van de rit voor een partner inderdaad behoorlijk koud zijn indien blijkt dat er aan zijn of haar zijde geen vermogensvorming heeft plaatsgevonden. Zeker voor de partner die jarelang heeft geploeterd in de huishouding of aan wieg heeft gestaan van de onderneming is een dergelijke uitkomst bijzonder onredelijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er veel wordt geprocedeerd om toch een vergoeding te claimen. Inmiddels is tot op zekere hoogte ook uitgekristalliseerd wanneer zo'n vordering kan slagen:
Een ingang naar een vermogensdeling is gevonden met de stelling dat het bestuur over het vermogen aan de ander is overgelaten of dat vermogensoverheveling van de een naar de ander geschiedde op basis van een onderliggende afspraak. Een veelvoorkomend voorbeeld hiervan is dat de een ondernemer is en als asset protection vermogen op naam van de ander zet terwijl hij of zij alle lasten betaalt.
Verder geldt nog als uitgangspunt dat vermogensoverhevelingen in beginsel nominaal moeten worden terug betaald. Een overheveling van € 100,00 moet met € 100 worden terug gegeven. Dit kan weer onredelijk zijn op het moment dat het gaat om de echtelijke woning. De een steekt € 100.000 in de echtelijke woning die op naam van de ander wordt gezet en vervolgens stijgt de waarde nar drie ton. Bij een grote stijging van de waarde kan onder omstandigheden een meer dan nominale vergoeding worden gevraagd. Verder duikt een nieuwe hoofdregel op die stelt dat vermogensoverhevelingen in beginsel moeten worden aangemerkt als nakoming van de verplichting voor minvermogende een oudedagsvoorziening te treffen en er juist weer geen reden is om iets terug te moeten betalen. Dit is een uitgangspunt in de situatie dat de een jarenlang de huishouding doet of meewerkt in het bedrijf en met geld van de ander een huis wordt gekocht en op naam van de minvermogende wordt gesteld. Terugvordering loopt in zo'n geval een grote kans om af te stuiten op het op zich weerlegbar uitgangspunt dat de overheveling is gebeurd op grond van de nakoming van een natuurlijke verbintenis om voor de minvermogende een oudedagsvoorziening te treffen. In een antal baanbrekende arresten heeft de Hoge Raad dit als per saldo als nieuwe hoofdregel geformuleerd.
Terzake het op naam stellen van een echtelijke woning levert dit de navolgende uitgangspunten op: In beginsel geen terugvordering van de koopsom omdat geldt dat het handelt om een natuurlijk verbintenis. Als er geen sprake is van een natuurlijke verbintenis of geen bijzondere marktomstandigheden hebben gespeeld dan moet nominal worden terug betaald. Indien er geen natuurlijke verbintenis is en de waardestijging exorbitant is kan meer dan nominal worden terug gevorderd. Soms kan ook doorlevering worden gevorderd.
Verrekenbedingen
In veel verrekenbedingen is bepaald dat inkomen dat niet is gebruikt voor het huishouden, moet worden verrekend. Maar wat is inkomen? Veel verrekenbedingen bevatten een verwijzing naar het inkomensbegrip in de wet op de inkomstenbelasting 1964. Deze wet is inmiddels gewijzigd zodat die oude wet geen maatstaf meer bevat voor zover die ooit houvast heeft geboden. Het inkomensbegrip speelt vooral een rol bij een eigen onderneming. Vuistregel is dat het gaat om inkomen dat normalitair wordt gebruikt om de kosten van de huishouding te betalen. Dit betekent dus dat zakelijke winstreserveringen in de onderneming niet als te verrekenen inkomen wordt beschouwd. Anderszijds geldt weer voor aandelen de regel dat de waarde wel moet worden verrekend als op de aandelen geen winst is uitgekeerd terwijl de vennootschap wel uitkeerbare winst heeft gemaakt, en de aandeelhouder de winst naar eigen inzicht kon uitkeren of in de vennootschap kon houden. We zeiden al dat het ingewikkeld is.
Bepaald is in veel voorwaarden dat alles wat resteert aan inkomen na het betalen van de huishoudelijke kosten moet worden verdeeld. Maar wat als dat niet is gebeurd. Hoe moet nu verrekend worden? De wettelijke regel is thans dat een niet uitgevoerd beding alsnog moet worden uitgevoerd en hierbij de beleggingsleer moet worden gehanteerd. De belegginsleer wil zegen dat niet het oorspronkelijk spaarbedrag moet worden verrekekend maar het uiteindelijk opgebouwde vermogen dat met gespaard inkomen is opgebouwd.
Misvatting 1 is dat huwelijkse voorwaarden inhouden dat er niets te verdelen of te verrekenen is. Veel huwelijkse voorwaarden beginnen met de mededeling dat er geen enkele vorm van gemeenschap zal zijn. In de daarop volgende bepalingen wordt daar doorgaans flink op afgedongen. Laat U zich niets wijsmaken. Ook al staat het huis op naam van de ander.
Misvatting 2 is dat verrekening hetzelfde is als verdelen. Laat Uw huwelijkse voorwaarden na de echtscheiding daarom altijd bekijken door een specialist. Het kan zeer veel geld schelen. U kunt in het kader van de echtscheiding via het convenant ook gewoon afspreken dat U gewoon verdeelt alsof er sprake is van een gemeenschap. In veel gevallen is dat ook niet onredelijk omdat het gros van de huwelijkse voorwaarden primair asset protection als doel hadden. Weet wel dat dit veel geld kan kosten. Het voorbeeld aan het einde van de pagina maakt dit duidelijk.
Tip Een vordering tot verrekening kan worden gedaan in het kader van de echtscheiding maar het hoeft niet. Wel verjaart de vordering na vijf jaar.
Tip In veel huwelijkse voorwaarden staat dat het recht op verrekening vervalt indien dat na een bepaalde periode niet is gebeurd. Het is al jaren vaste jurisprudentie dat ook aan het einde van het huwelijk nog aanspraak kan worden gemaakt op een periodiek verrekenbeding en het recht daarop niet vervalt. In dat geval wordt aan het einde van het huwelijk gekeken naar wat er aan beleggingen is en hoe die zijn gevormd.
Tip de wet verplicht partijen over en weer volledig inzicht te geven in het vermogen dat is gevormd aan beide zijden. Dit is ook opgenomen in veel voorwaarden. Dit kan en moet zonodig worden afgedwongen via een kort geding. De wet stelt ook een zware sanctie op het niet naleven van deze verplichting. Een verzwegen vermogensbestanddeel ( een bankrekening) valt geheel toe aan de andere partij.
Bij koude uitsluiting wordt toch vaak vermogen op naam van de ander gezet (doorgaans de vrouw). In een dergelijke situatie geldt toch doorgaans dat dit gebeurd vanwege het nakomen van een oudedagsvoorziening.
Mede-eigendom van onroerende zaken geeft recht op een verdeling van 50%. Dit is het uitgangspunt
Voorbeeld verrekenen
De echtelijke woning
Na het het sluiten van het huwelijk heeft U een huis gekocht voor 200.000,00 euro. U was zelfstandig ondernemer en vanuit vermogensbescherming heeft U er voor gekozen het huis op naam van Uw partner te zetten. U bent altijd kostwinner geweest en met Uw inkomen is de op Uw naam staande hypotheek afgelost of is vermogen gevormd om Uw hypotheek af te lossen.
Een recht toe aan benadering zou er toe leiden dat het huis van uw ex is omdat het huis op haar naam staat en de schuld van U is. Dit klinkt niey echt redelijk en de Hoge Raad stelt dat met deze constructie gespaard inkomen is belegd in de woning en dit beleggingsresultaat moet worden verdeeld. Op die manier wordt het toch nog wat redelijker. Hoe moet dan worden verrekend?
Stel aan het einde van het huwelijk is de woning 300.000 euro waard en is de hypotheek tot 50.000 euro afbetaald of is voor dat bedrag vermogen gevormd en is dus 150.000 euro afgeslost met overgespaarde inkomsten. Dit deel a 3/4 van de oorspronkelijke waarde van de woning moet worden verrekend. Voor het resterende deel is geen vermogen gevormd via de overgespaarde inkomen en gaat dit deel van de waarde naar de ex op wiens naam het huis staat.
3/4 van 300.000 wordt dus verdeeld voor 50/50. Dit levert op: 3/4 * 300.000 euro = 225000 te verrekenen belegging * 0,5 = 112.500 euro beleggingsresultaat op de woning per persoon .1/4 van 300.000 gaat naar de vrouw omdat het huis op haar naam staat en voor dit deel geen vermogen is gevormd of is afgelost. Mevrouw heeft dus recht op 112.500 euro + 50.000 euro en meneer op 112.500 euro.
In het voorgaande voorbeeld gold als uitgangspunt dat er sprake was van een ouderwetse lineaire hypotheek waarbij iedere maand rente werd betaald en aflissing. Tegenwoordig heeft bijna niemand meer een dergelijke hypotheek maar is er een beleggings- of spaarhypotheek. In dat geval geldt dezelfde redenering maar dan naar rator van het spaar of belegde bedrag.
In de wet is opgenomen dat per 1 maart 2009 in een echtscheidingsverzoek of bij een beeindiging van relatie waarbij partijen samen het gezag hebben een ouderschapsplan moet worden bijgevoegd. Maak gebruik van ons gratis model ouderschapsplan. Komt U er niet of niet helemaal uit schakel ons in voor een effectieve speedmediation. Wat U als partner niet meer kunt lukt U als ouders wel.
Scheiden en de woning
Hoe zit het me Uw woning in geval van een (echt)scheiding. Zeker nu worden aanstaande ex-partners geconfronteerd met de situatie dat een woning niet of alleen met verlies kan worden verkocht. We geven U een aantal richtlijnen en een oplosing voor die situatie. Klik hier op scheiden en uw huis
Alimentatie
U heeft kinderen maar de andere ouder betaalt niets. Laat ons Uw verzoek indienen voor het vaststellen van kinderalimentatie. Ga naar ons intakeformulier.
Erkenning en gezag
Tijdens de relatie was alles koek en ei tussen U en Uw partner en deelden jullie de verantwoordelijkheid voor de kinderen. Die erkenning en aantekening van het ouderlijk gezag zou wel goedkomen. Na de breuk staat U als ouder opeens buiten spel. Ons hulpformulier vormt de eerste stap naar erkenning en gezag.