1.
De kinderen
1.1.
Gezag
1.1.1.
Partijen
zullen het ouderlijk gezag gezamenlijk blijven uitoefenen maar de kinderen
zullen primair woonachtig zijn bij de man/vrouw die in deze zal optreden als de
verzorgende ouder die in eerste instantie verantwoordelijk is voor de
dagelijkse verzorging en opvoeding.
1.1.2.
Partijen
verplichten zich jegens elkaar en jegens de kinderen tot onvoorwaardelijke
handhaving van het recht van de kinderen:
·
van
beide ouders te houden en dat beide ouders van hen houden.
·
niet
te hoeven kiezen tussen de ouders.
·
op
eerbiediging van alle gevoelens die ze hebben.
·
in
een veilige omgeving te zijn.
·
door
niemand in gevaar gebracht te worden of pijn gedaan te worden, niet lichamelijk
maar ook niet geestelijk.
·
niet
in de problemen van de ouders te zitten.
·
dat
grootouders, ooms, tantes, neven en nichten etc in hun leven blijven.
·
om
kind te zijn.
1.1.3.
In
alle aangelegenheden met betrekking tot het kind zullen partijen overleg met
elkaar voeren. In alle belangrijke zaken zoals bijvoorbeeld het ondergaan van
medische behandelingen en schoolkeuzen zullen partijen vooraf met elkaar
overleggen en trachten een gemeenschappelijk standpunt in te nemen. De niet
verzorgende ouder geeft toestemming voor het verkrijgen en zonodig verlengen en
of vernieuwen van paspoort en identiteitspapieren voor de kinderen.
1.1.4.
De
niet verzorgende ouder heeft het recht ouderavonden te bezoeken en te
participeren in andere schoolse en buitenschoolse activiteiten van het kind.
Dit met in acht name van de rechten van de verzorgende ouder op een eigen leven
met het kind/de kinderen.
1.1.5.
De
verzorgende ouder verschaft kopieën van de schoolrapporten, diploma’s en overige
voor de opvoeding en ontwikkeling relevant te achten rapporten en verslagen. De
niet verzorgende ouder stelt de verzorgende ouder op de hoogte van afwijkende verblijfplaatsen
gedurende de omgang en de vakanties.
1.2.
Omgangsregeling
1.2.1.
De
omgang met het kind zullen partijen zoveel als mogelijk in onderling overleg
blijven regelen. Partijen realiseren zich op de eerste plaats dat de omgang een
gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de ouders en de ouders jegens elkaar
gehouden zijn de omgang te blijven effectueren. Het kind krijgt een eigen maar in
beginsel geen doorslaggevende stem in de omgang vanaf de leeftijd van 12 jaar
en tot dat moment staat het recht en de plicht op omgang voorop.
1.2.2.
De
niet verzorgende ouder heeft in ieder geval recht op omgang gedurende een avond
per week op de dag van tijdstip tot tijdstip
alsmede een weekend in de twee weken vanaf tijd dag tot aan . Verjaardagen van
ouders op en vader- en moederdag opa en oma evenals de navolgende dagen gaan
voor op de reguliere omgang in de weekenden.
1.2.3.
De
vakanties alsmede de feestdagen zullen gelijkelijk worden verdeeld waarbij het
ene jaar de kinderen de eerste helft van de schoolvakanties bij de man
verblijven en het andere jaar de tweede helft. De ouder is verantwoordelijk
voor een goede opvang gedurende de vakantieperioden dat het kind of de kinderen
bij hem of haar verblijft of verblijven en hij of zij niet in staat verlof te
regelen. (Extra) (naschoolse) opvang komt indien noodzakelijk voor rekening van
de partij bij wie de kinderen de vakantie doorbrengen.
1.2.4.
Om
een goede planning van de omgang aan de zijde van de beide ouders mogelijk te
maken stelt de verzorgende ouder binnen twee weken na ontvangst een kopie
van het schoolrooster ter beschikking aan de andere ouder op basis waarvan de vakanties
worden verdeeld, evenals de weekenden en de vastgestelde feestdagen. Tot twee weken na ontvangst van het rooster
kan de niet verzorgende ouder andere bijzondere dagen aangeven gedurende welke
hij of zij omgang wil. Partijen zullen bij het plannen en wijzigen van omgang rekening houden met elkaars belangen en die van het kind en zich op een redelijke wijze opstellen ingeval van een verzoek tot wijziging van een vastgestelde omgangsregeling op grond van een zo tijdig mogelijk medegedeelde wijziging van omstandigheden.
1.2.5.
In
geval van geschillen over het kind zullen partijen in eerste instantie in
onderling overleg een oplossing proberen te bereiken en vervolgens te rade gaan
bij hun gemeenschappelijke advocaat die partijen tot elkaar zal proberen te
brengen.
1.2.6.
Afspraken
met betrekking tot de omgang kunnen slechts terzijde op grond van een wijziging
van de omgangsregeling door de recht en indien een accuut belang van het kind dit
verlangt.
1.2.7.
Partijen
zullen bij het vaststellen van hun toekomstige verblijfsplaats rekening houden
met de omgang en het in 2.2. bepaald. Voor emigratie van een van de ouders naar
een land buiten de EU is in ieder geval toestemming van de andere ouder vereist
en binnen de eu indien de reistijd langer wordt dan twee uur.